Borstvergroting: enkele veelgestelde vragen

Zullen er drains geplaatst worden bij mijn borstvergroting?
Dit is een heel gewone vraag, maar ze zou nu eigenlijk overbodig moeten zijn. Het korte en krachtige antwoord is: nee, omdat er geen geldige reden meer is om drains (die kleine buisjes die na de operatie uit de borsten komen om het bloed op te vangen) te gebruiken bij een gewone esthetische borstvergroting. Drains werden gebruikt om te voorkomen dat zich bloed zou ophopen in de borsten, maar met de moderne dissectietechnieken (diathermie en scherpe dissectie, in plaats van stompe dissectie met de vinger) is het nu mogelijk om zeer droge pockets te maken voor de implantaten. Op deze manier zijn drains niet meer nodig en is er minder risico voor de patienten: drains hebben immers meerdere nadelen zoals pijn, ongemak, beperking van de normale actviteiten, vertraagde hersteltijd, maar vooral een iets hoger risico op infectie en hierdoor ook op kapselvorming. Dr. Theunis gebruikt geen drains bij esthetische borstvergrotingen, tenzij in eerder uitzonderlijke situaties zoals een revisie of een correctie van kapselvorming of behandeling van een seroom.
Is het waar dat implantaten het risico op borstkanker kunnen verhogen?
Meerdere studies hebben aangetoond dat silicone borstimplantaten het risico op borstkanker niet verhogen. Bij enkele studies was er zelfs de suggestie dat de geteste populatie vrouwen een iets lager risico liep (waarschijnlijk te wijten aan de selectie van de groep: vrouwen met een familiale voorgeschiedenis van borstkanker laten over het algemeen geen borstvergroting uitvoeren).

Borstimplantaten zijn gemaakt van medische siliconen. Dit is een inert materiaal waarvan men zeker weet dat het geen verhoogde kans geeft op borstkanker. Vrouwen met borstimplantaten kunnen nog steeds een mammografie of echografie laten uitvoeren. Het is wel aangewezen dit vooraf te melden aan de radioloog zodat hij/zij hiermee rekening kan houden om al het borstklierweefsel goed in beeld te kunnen brengen.

Er bestaat één type gezwel dat zich specifiek kan vormen in het kapsel rond een borstprothese. Dit gezwel is het anaplastisch grootcellig lymfoom (ALCL). Dit is uiterst zeldzaam. Het ALCL geeft als symptoom meestal een plotse vochtophoping rond een borstprothese meer dan één jaar na de operatie. Het gezwel is doorgaans weinig agressief en kan goed worden behandeld. Daarom is het belangrijk dat elke vochtcollectie rond een borstprothese wordt onderzocht, zodat deze zeldzame ziekte kan worden uitgesloten. Dit type gezwel is beschreven bij borstprothesen van allerhande merken, maar komt meer voor bij een Amerikaanse fabrikant: dit heeft waarschijnlijk te maken met de manier hoe het omhulsel van de prothesen werd geproduceerd en niet met de silicone op zich.

Wat is kapselvorming?
Kapselcontractuur wordt gedefiniëerd als het verharden van het kapsel dat het lichaam vormt omheen het implantaat. Het is niet duidelijk waarom dit gebeurt bij sommige vrouwen na de borstvergroting en het kan optreden in één of in beide borsten. Kapselvorming kan weinig uitgesproken zijn met slechts minimale hinder en zonder zichtbarer veranderingen in de vorm van de borsten. Soms echter kan de verharding dermate toenemen dat de borsten rond worden en hard gaan aanvoelen, wat een belangrijk ongemak voor de patiente met zich meebrengt. De behandeling is chirurgisch met verwijderen van het kapsel, maar er is steeds een risico op recidief. Als alternatief kan een medicamenteuze behandeling geprobeerd worden met leukotriëne inhibitoren, een medicatie die ook gebruikt wordt bij bronchiale asthma, en waarbij een effect op de kapselvorming werd aangetoond.
Kan ik nog borstvoeding geven na de ingreep?
Over het algemeen gesproken, ja. Borstvergroting zal normaal gezien de klieren of de melkgangetjes niet beschadigen. Bij insnede rond de tepel is het risico iets hoger. Als je nooit borstvoeding gegeven hebt voor de ingreep, moet je wel in overweging nemen dat sommige vrouwen er nooit in slagen borstvoeding te geven, zelfs zonder operatie.
Is het best om de prothesen onder of boven de spier te plaatsen?
Er geen positie die geschikt is voor alle patienten, en elke keuze heeft voor- en nadelen. Veel hangt af van de te vergroten borst, de gekozen maat van prothesen, de hoeveelheid huid en klier. De prothesen voor de spier plaatsen (subglandulaire positie) geeft over het algemeen een mooiere vorm met een voller décolleté (cleavage), maar de prothesen kunnen meer zichtbaar zijn als er niet voldoende weefsel is om ze te bedekken (dit kunnen we tegenwoordig oplossen met lipofilling (composed breast augmentation). Implantaten onder de borstspier hebben meer bedekking, maar door de dikte van de spier zal de cleavage over het algemeen breder zijn. Het belangrijkste probleem is echter het risico op een double bubble als de eigen borst verslapt. Er zijn een aantal tussenoplossingen, zoals subfasciale of dualplane plaatsing van de prothesen, die het eindresultaat kunnen verbeteren. Deze opties worden besproken tijdens de consultatie.
Wanneer moeten implantaten vervangen worden?
Enkel indien er lekkage van de prothesen optreedt of soms bij pijn als gevolg van kapselvorming, moeten de implantaten verwijderd worden . De levensduur van implantaten is de laatste jaren sterk verbeterd, onder meer door het gebruik van cohesieve en recent ook onbreekbare siliconen gel. Hierdoor treedt er minder plooivorming op in de implantaten. Zo verkleint de kans op lekkage.

Wanneer moet ik mijn arts contacteren ?

direct na de ingreep:
indien u zich zorgen maakt over de genezing van wonde.
indien u koorts heeft of zich onwel voelt.
indien één borst meer pijn doet en/of meer zwelling vertoont.

op een later tijdstip:
indien de borst spontaan zwelt door het optreden van een vochtcollectie rond de prothese.
indien ernstige kapselvorming optreedt met pijn.